Preverbale logopedie Renswoude

Soms zijn bij baby’s en peuters de voedingsreflexen niet of onvoldoende ontwikkeld en ontstaan er eet- en drinkproblemen. Onder eet- en drinkproblemen worden verstaan: moeite met het drinken uit de borst of fles, moeite met het eten van een lepel, moeite met kauwen of slikken of moeite met het drinken uit een beker. Het kan ook zo zijn dat de reflexen te lang blijven bestaan wat dan leidt tot problemen. Als reflexen te lang blijven bestaan, staan ze de ontwikkeling van willekeurige bewegingen (die nodig zijn om te leren kauwen, brabbelen en praten) in de weg.

Welke voedingsreflexen zijn er dan?
Er zijn een aantal voedingsreflexen die een baby nodig heeft om goed te leren drinken. Dit zijn voor de zuig-slikbeweging:

  • Zoekreflex: deze ontstaat wanneer er met de tepel of speen bij de mondhoeken van de baby wordt gestreken, vervolgens draait de baby het hoofd richting de prikkel. Als de baby de mond wijd opent en de tong laag in de mond ligt, kan de tepel/speen aangeboden worden.
  • Zuigreflex: door met de tepel/speen langs de lippen, de tong en/of het gehemelte te strijken wordt het zuigreflex opgewekt.
  • Slikreflex: als er voldoende melk achter in de mond verzameld is, volgt de slikreflex. De slikreflex is bij jonge baby’s sterk gekoppeld aan het zuigen.

Er zijn ook een aantal voedingsreflexen die elkaar ondersteunen of juist zorgen voor de bescherming tijdens het eten en drinken:

  • De palmomentaalreflex wordt opgewekt, wanneer er over de muis van de duim van de baby gewreven wordt. Deze kan reacties laten ontstaan in het mondgebied die kunnen variëren van lichte trekkingen van de lippen tot duidelijke zuigbewegingen.
  • De kokhalsreflex (of wurgreflex) is een bescherming tegen voedsel (of iets anders), dat nog niet doorgeslikt kan worden maar zich wel naar achter in de mond verplaatst. Bij jonge baby’s kan dit reflex in de gehele mond worden opgewekt maar gedurende het eerste jaar verplaatst deze reflex zich naar achter in de mond.
  • De hoestreflex is ter bescherming van de luchtwegen aanwezig en zal optreden, wanneer er voedsel of speeksel in de bovenste luchtwegen terechtkomt. Wanneer een baby na of tijdens een voeding veelvuldig blijft hoesten, is dit een teken van een niet goed lopend slikproces.

Na deze eerste periode van enkel vloeibare voeding komen de eerste hapjes om de hoek kijken. Het leren eten van de lepel is een belangrijke stap in de ontwikkeling: zowel voor ouders (ouders gaan hun kind anders voeden, het echte pasgeboren is er voor je gevoel af ‘ze worden zo snel groot’)en  het kind gaat andere manieren van leren eten ervaren: andere smaken en substanties leren kennen en verwerken. Uit onderzoek blijkt dat alle kinderen er 4 tot 6 weken over doen om het eten van een lepel goed onder de knie te krijgen.
In eerste instantie zal de voeding van de lepel gesabbeld worden waarbij de tong naar voren golvende bewegingen maakt, dit is het baby’tje immers gewend bij de borst- of flesvoedingen. Na een tijdje zal het openen van de mond, het afhappen van de lepel met de bovenlip en het naar achteren brengen van het voedsel met de tong steeds sneller en gemakkelijker gaan. De meeste kinderen zijn na 2 of 3 maanden gewend aan verschillende smaken en kunnen gewone hoeveelheden van een lepeltje eten.

Hierna groeit het kind langzaam toe naar de laatste vaardigheid om te leren eten, het kauwen. Tussen de 6 en 7 maanden wordt er meestal gestart met het aanbieden van een stukje brood, een babykoekje of een rijstwafel. Kinderen op deze leeftijd hebben nog geen kiezen, maar kunnen wel degelijk kauwen op het voedsel en dat is maar goed ook.
Om goed te kunnen kauwen en je niet in brokken te verslikken, moet je het stukje met de tong naar de zijkant in je mond brengen en er dan met de kaakranden op kauwen en eigenlijk het stukje pletten en vermalen. Vandaar dat er in eerste instantie gekozen wordt voor voedsel dat snel uit elkaar valt, dit maakt het voor kinderen makkelijker om te verwerken. Naar verloop van tijd kunnen de kinderen steeds harder voedsel goed verwerken. En zo kan het eetfestijn beginnen en eet het kindje op zijn eerste verjaardag zeker een flink stuk taart weg!!

Enkele tips wanneer het eten moeizaam gaat:

  • Zorg voor een rustige, veilige en vertrouwde omgeving.
  • Biedt de voeding aan wanneer het kindje zelf aangeeft honger te hebben. Hierdoor gaat hij meer zijn best doen om het te laten slagen.
  • Zorg ervoor dat het kindje niet al vol zit (van bijvoorbeeld fles of borst) voordat er vaste voeding wordt gegeven.
  • Laat het kindje pas afhappen van de lepel of geef het stukje voeding pas wanneer hij zelf de mond opent.
  • Stop het stukje voedsel in de zijkant van de mond van het kindje. Zo zit het al op de goede plek om te starten met kauwen en lokt het geen sabbelbeweging uit.
  • Houdt de eet- en drinkmomenten fijn en gezellig. Negatieve ervaringen kunnen bij het kindje de eet- en drinkproblemen verergeren.

Mochten er nog steeds vragen zijn over de eet- en drinkontwikkeling van uw kindje, neem dan contact op met Logopediepraktijk Spreekwijs. Aangezien de praktijk gevestigd is in het nieuwe eerstelijns gezondheidscentrum in Renswoude, zijn er korte lijntjes met de andere disciplines die bij kinderen en/of eet- en drinkproblemen bij kinderen kunnen zijn betrokken (denk aan kinderfysiotherapeut, consultatiebureau, huisarts, diëtist).
Preverbale logopedie vindt altijd plaats op verwijzing van een arts. Dit kan bijvoorbeeld een huisarts of specialist zijn en dit is belangrijk omdat eerst moet worden nagegaan of er geen onderliggende medische problemen zijn die de eet- en drinkproblemen veroorzaken.