Mijn kind praat nog niet

Het kan je zomaar ineens opvallen of misschien heb je al langere tijd een gevoel van onrust omdat je kind, in vergelijking met leeftijdsgenootjes, nog niet (voldoende) praat. Maar wanneer is het nu echt afwijkend en wanneer stap je hiermee naar een logopedist?
Om hier antwoord op te kunnen geven, zal ik eerst het een en ander vertellen over hoe een spraak- en taalontwikkeling gemiddeld verloopt.

Taalontwikkeling bij de baby

In de eerste maanden maakt een baby wel geluid, maar dit gebeurt niet bewust. Eigenlijk maakt zo’n baby’tje de geluiden reflexmatig. Na zo’n vier maanden gaat hij al meer geluiden voortbrengen, al kan hij hiermee nog niet aangeven wat hij wil. Natuurlijk is het nog onmogelijk om echt met je kind te communiceren. Toch kun je nu al zijn spraak stimuleren, door zijn luistervaardigheid te prikkelen. Als je op zijn geluidjes reageert, zal hij beseffen dat ze een middel zijn om je aandacht te trekken. Zorg ervoor dat je duidelijk tegen hem praat en dat je tijdens het praten veel oogcontact maakt.
Samen liedjes zingen, boekjes lezen en gezellig kletsen tijdens al je dagelijkse handelingen, zorgen ervoor dat je kindje het leuk vindt om naar je te luisteren en met taal bezig te zijn. De meeste baby’s vinden het ook erg grappig als een ouder het geluid imiteert dat hij net zelf heeft gemaakt.

De eerste woordjes

Over het algemeen komen de eerste woordjes bij kinderen zo rond de eerste verjaardag. Hier zit echter een groot verschil in; sommige kindjes hebben hun eerste woordje al met acht maanden, anderen met achttien maanden. De eerste woordjes die je kind gebruikt, zijn vaak woorden die voor hem heel belangrijk zijn: papa, mama, het huisdier of het favoriete speelgoed.
Iets wat in deze fase van de ontwikkeling vaak voorkomt is ‘overgeneralisatie’. Dit betekent dat een kindje een bekend woord voor alles gaat gebruiken wat binnen dat thema hoort, dus alle dieren in de wei heten een koe en alle mannen heten papa. Dat komt gewoonweg omdat de andere woorden nog niet bekend zijn. Ook spreekt je kindje de woorden nog niet goed uit: hij laat klanken weg of vervangt ze door andere. Eerst kent je kind nog maar enkele losse woordjes, maar vanaf het moment dat hij er een stuk of vijftig kent, kan het opeens heel snel gaan. Hij kan er zomaar tien per week bijleren!
Op een gegeven moment gaat hij deze losse woorden combineren. Zo’n zinnetje kan dan vaak meerdere betekenissen hebben: ‘papa auto’ kan betekenen ‘dat is papa’s auto’, ‘papa is met de auto weg’ of ‘speel samen met mijn auto papa’.

Taalontwikkeling bij peuters en kleuters

Als je kind met een jaar of twee de peutertijd ingaat, is ongeveer de helft van wat hij zegt verstaanbaar voor onbekenden. De zinnen worden steeds uitgebreider en de woordenschat groeit goed tot zo’n vijfhonderd woorden! Tijdens zijn derde levensjaar gaat je kind zinnen gebruiken van drie tot vijf woorden. Zijn begrip van grammatica wordt steeds beter en je kind kan steeds langere verhaaltjes vertellen. Vaak is de samenhang in deze verhaaltjes nog ver te zoeken.
Jouw gesprekjes met je kind kun je uitbreiden met aanvullende informatie over een bepaalde situatie. Bijvoorbeeld: ‘daar zwemt een eend in het water, hij heeft bruine veren en een oranje snavel. Oops, nu duikt hij onder om eten te zoeken!’ Terwijl je in de eerdere ontwikkelingsfase waarschijnlijk alleen de eend had benoemd (Kijk, een eend!)

In de leeftijd van drie jaar en ouder is de woordenschat al heel groot en vindt je kind het leuk om zelf verhaaltjes of belevenissen te vertellen. Hij leert graag nieuwe woorden, of verzint ze zelf als hij het juiste woord niet kent. Dit zorgt met zekerheid voor hilarische woordgrapjes! Als je kind bijna vier is, zal hij de meeste klanken al goed uit kunnen spreken. Sommige klankcombinaties zijn dan nog wel moeilijk. Veelvoorkomend zijn hierbij de /r/ en de medeklinkerclusters (bijv. /st-/, /sch-/)

Wat te doen bij een vermoeden van een probleem in de spraak- en taalontwikkeling?

Redenen om actie te ondernemen zijn bijvoorbeeld dat je kind nog erg blijft kwijlen, of dat hij problemen heeft met zuigen, slikken of kauwen. Verder is het wijs om advies in te winnen als je kind maar niet tot spreken komt, niet meer uit zijn woorden kan komen of het praten niet wil lukken. Wordt je kind verdrietig of boos en trekt het zich terug omdat hij niet goed kan communiceren? Neem contact op! Ook als je je zorgen maakt over haperen en stotteren, of dat bekenden en onbekenden hem niet goed kunnen verstaan, dan kan het zeker geen kwaad om hulp te zoeken. Wacht hiermee niet te lang; de problemen kunnen daardoor juist groter worden dan nodig is.
We kunnen vaak op jonge leeftijd de spraak- en taalontwikkeling al stimuleren danwel met adviezen aan jullie als ouders, om thuis mee aan de slag te gaan.

En thuis dan?

En wat kan je al thuis doen?
– Praat zoveel mogelijk met je kind, over van alles en nog wat.
– Gebruik simpele zinnen en woorden, passend bij de leeftijd van jouw kind
– Neem de tijd om naar je kind te luisteren, op zijn manier wil hij jou heel graag iets vertellen.
– Zing liedjes en lees samen boekjes voor; maak het praten gezellig!
– Gebruik daarbij goed Nederlands en geen kindertaal (eten i.p.v. hapjes-doen), anders krijg hij het verkeerde voorbeeld.
– Het aller- allerbelangrijkste is dat je kind er plezier in heeft om zich te uiten. Spelenderwijs leert hij toch het meest!

Doe de SNEL-Test!

Op de website kindentaal.logopedie.nl staat een handige SNEL-test. De SNEL-vragenlijst bestaat uit 14 vragen over mijlpalen die de lijn volgen van de normale taalontwikkeling. SNEL is bedoeld om globaal zicht te krijgen op de taalontwikkeling van uw kind. Via onderstaande link is de website met de SNEL-test te vinden:

http://kindentaal.logopedie.nl/site/sneltest